‘Het Zorgtrainingscentrum verkleint de kloof tussen techniek en zorg’

Heleen Tuininga van SallandElectronics

Nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen de zorg ondersteunen (zie mijn eerste blog) . Toch blijft er een kloof tussen tussen de ontwikkeling van technologische producten en het gebruik ervan in de zorg. Meerdere factoren spelen daarbij een rol.

Geld: wie betaalt?

Een eerste factor is een voor de hand liggende: geld. Als een nieuw product ontwikkeld is rijst de vraag wie dit product uiteindelijk gaat kopen. De ziekenhuizen, of de zorgvragers zelf? En vergoeden de zorgverzekeraars dit nieuwe product?
Lopen de kosten van zo’n product te hoog op, dan komt het meestal niet van de grond. Dat zou zonde zijn als het bijvoorbeeld de werklast van zorgverleners kan verlichten.

De nadelen van dit soort testen zijn de subjectiviteit, het onvermogen om patiënten met een verhoogd valrisico vast te stellen, en het feit dat zo’n test maar een momentopname is.

Onderwijs sluit niet aan op praktijk

Dat brengt mij bij een tweede mogelijke factor. Er is een verschil tussen wat zorgprofessionals tegenkomen op de werkvloer aan technologische ondersteuning en wat zij geleerd hebben tijdens hun opleiding.
Zo kunnen zorgverleners het beeld krijgen dat de techniek hun functie gaat vervangen, of dat de zorgvrager nauwelijks tot geen persoonlijk contact meer heeft. Dit terwijl techniek als ondersteuning juist een werkverlichting kan opleveren en voor meer tijd met de cliënt of patiënt kan zorgen (zie ook dit artikel in Metro).

Een interdisciplinair technisch team

Maar de wegversmalling zit natuurlijk niet alleen aan de kant van de zorg, ook aan de kant van de ontwikkeling van de techniek zijn obstakels. Een idee groeit nooit tot wat het zou kunnen zijn als er niet een interdisciplinair team naar de problemen en de mogelijke oplossingen kijkt. Of vraagstukken in de gezondheidszorg worden niet opgelost waar dat wel zou kunnen.
Dus bedrijven moeten dus niet alleen om tafel met hun innovatie-afdeling en ontwikkelaars, maar ook met potentiële geïnteresseerden, bij voorkeur vanuit de zorg.

Effectiviteit en veiligheid waarborgen

Dan is er nog een drempel. Is er een nieuw product ontwikkeld, dan is het van groot belang dat het eerst onderzocht wordt om de effectiviteit te bewijzen. Heeft het product een bewezen veilig positief effect, dan is het ook beter aan de man te brengen.

Daarnaast is productonderzoek belangrijk om de beveiliging van bijvoorbeeld patiëntgegevens te waarborgen. Tegenwoordig is veel informatie op internet – in de cloud – te vinden. Dat kan leiden tot zorgen over de privacy van patiënten en gebruikers. Neem bijvoorbeeld de zorg op afstand in de gehandicaptenzorg zoals ook besproken in de uitzending van Nieuwsuur op 15 oktober. Er zitten talloze voordelen aan het ’s nachts monitoren van de gehandicapten, maar er zijn ook zorgen over bijvoorbeeld privacy. Dit artikel zet deze voor- en nadelen uiteen.

Om deze zorgen zoveel mogelijk weg te nemen, moeten bedrijven ook op dit gebied via onderzoek aantonen dat alles veilig en goed beschermd is.

Zorgtechnisch lab: kennismaken, faciliteren en testen

Het Zorgtrainingscentrum regio Zwolle is al goed op weg met het zorgtechnisch lab. Het lab laat zorgprofessionals en studenten kennismaken met zorgtechnologie, faciliteert docenten en opleiders, en test innovatieve technologieën.
Met deze aanpak wil het lab oplossingen vinden voor actuele vragen in de zorg. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we zorgtechnologie inzetten om de kwaliteit van leven van mensen te verhogen, mensen langer thuis te laten wonen, en het werk van verzorgenden gemakkelijker te maken?

Opleidingen met focus op technologie en innovatie

Tegelijk zijn er steeds meer opleidingen die zich richten op technologie in de zorg, zoals Gezondheid & Technologie van hogeschool Saxion (Deventer/Enschede) die studenten opleiden tot verpleegkundigen, maar met een continue focus op technologie en innovatie. Deze studenten kunnen na het behalen van hun diploma een belangrijke rol spelen in het dichten van de kloof tussen de zorg en techniek.

De ontwikkelketen voor nieuwe toepassingen in de zorg is lang. Voordat een idee daadwerkelijk wordt toegepast kost veel tijd. Maar ik adviseer je – als onderdeel van die keten – niet meteen te denken aan de beren op de weg, maar de kansen te zien die ontstaan als uiteindelijk een uitdaging in de zorg wordt opgelost.

Heleen Tuininga is masterstudent Human Movement Sciences: Sport, Exercise and Health (Vrije Universiteit Amsterdam), kortweg Bewegingswetenschappen.