Onderzoek: ‘Inleefsessies zijn krachtige leerervaringen, wel betere voorbereiding nodig’

Hoe ervaren studenten en simulanten de inleefsessies van het zorgethisch lab? Bart Cusveller van Hogeschool Viaa analyseerde maar liefst 500 papieren evaluatieformulieren. Op 15 en 16 september presenteerde hij zijn bevindingen in het Belgische Leuven tijdens een conferentie van het internationale tijdschrift Nursing Ethics en het Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht van de Katholieke Universiteit Leuven.

De studenten en simulanten vulden zowel naar aanleiding van de inleefsessie als de terugkomsessie een evaluatieformulier met open en gesloten vragen in.

Bart: “Daarbij zijn twee fasen te onderscheiden: de eerste liep in 2016 en was de pilotfase in woonzorgcentrum De Venus, daarna volgde in 2017 fase twee: de start in het zorgethisch lab in het Zorgtrainingscentrum. Die fase eindigde voor de zomervakantie met de overstap naar digitale formulieren. Dat wordt de derde fase.” Bedoeling is om continu te blijven evalueren.

Lees hier de volledige rapportage.

Locatie en voorbereiding

“Voor wat betreft de organisatie, de manier waarop het zorgethisch lab wordt gerund, is de waardering voor de locatie ten opzichte van de start in De Venus iets gestegen. Zowel studenten als simulanten zijn positief over het Zorgtrainingscentrum. De materialen en voorzieningen zijn er volgens hen beter. Wel vinden veel studenten de inleefsessie lang duren en is de waardering van zowel simulanten als studenten voor de voorbereiding en de informatievoorziening vooraf iets gedaald, maar nog steeds positief.”

Leerervaringen

“Kijk je naar leerervaringen, dan is er wel verschil tussen studenten en simulanten. De studenten verwachten over het algemeen dat ze praktische zaken gaan leren. Bijvoorbeeld handelingen, maar ook hoe ze een dienst in de vingers krijgen. Terwijl simulanten vooral empatische interactie verwachten. Zij willen dat er aandacht voor hen is, dat ze gezien worden.”

Bart vervolgt: “Tijdens de inleefsessie worden de meeste studenten zich er wel bewust van dat er ook een beroep wordt gedaan op henzelf in relatie tot de patiënt, van de noodzaak van aandacht, maar daar kunnen ze nog niet zo veel mee. Het schort bij hen vaak aan communicatievaardigheden. Ze geven aan dat ze daar nog meer aan moeten werken. Tijdens de sessie groeien die nu nog niet.”

Weinig aandacht voor relationele aspect

Uit de evaluaties blijkt ook dat studenten regelmatig andere verwachtingen hebben, ze zijn onvoorbereid. Bart illustreert: “Studenten vragen zich soms of wat ze komen doen, wat het doel van de sessie is. De simulanten herkennen dat. Ook geven zij geven terug dat de studenten te weinig idee hebben wat de rol van de simulant is. Zo hebben zij voor het relationale aspect weinig aandacht.

Simulanten zeggen bijvoorbeeld: ‘De studenten zijn volop bezig met praktische routines en interventies, maar onze eenzaamheid, onze afhankelijkheid en onze behoeften aan zelfregie, de dingen die we nog zelf kunnen, daar komen ze eigenlijk niet aan toe’. Voor de simulanten is dat schokkend, ze vinden dat een indrukwekkende ervaring.”

Goed voorbereiden

“Je kunt dus concluderen dat een inleefsessie over de hele linie een krachtige leerervaring is voor zowel simulanten als studenten. Simulanten zijn er zelfs nog meer van onder de indruk en nog meer positief over dan de studenten.”

“Maar willen we er meer uithalen dan moeten opleidingen de inleefessie structureel integreren in hun ethiekonderwijs, ze moeten studenten er beter op voorbeiden. Dus ervoor zorgen dat studenten zich bewust worden van hun eigen rol in de zorgrelatie en de betekenis van zorg voor de patiënt, ze moeten gerichter werken aan de relationele focus. Bereid je ze goed voor, dan kun je ook het natraject beter benutten.”

Elders weinig evaluaties

Bart vindt het opvallend dat het zorgethisch lab een van de weinige initiatieven is die gegevens over de opbrengsten heeft gepresenteerd: “Soortgelijke initiatieven, zoals de eerder opgerichte sTimul labs in België en Terneuzen en een lab in Surrey in Engeland, hebben die nog nauwelijks naar buiten gebracht.”

Waardering en herkenning

Tijdens de conferentie sprak hij met vertegenwoordigers van de andere labs over hun aanpak. Herkenning en waardering stonden centraal in die gesprekken.
“Herkenning omdat dezelfde ‘aha-erlebnis’ die mensen in ons zorgethisch lab hebben ook op andere locaties wordt herkend: zij zien ook een krachtige leerervaring. Waardering omdat de genoemde initiatieven de ervaringen – bijvoorbeeld door interviews – op kleine schaal kunnen bevestigen. Dat wij daarbij met onze vele evalutatieformulieren het belang van bewustwording van de positie van de zorgvrager aantonen: daarover waren de collega-labs ook enthousiast. Tegelijk is het bij de andere initiatieven zo dat steeds de ervaring van het moment opvalt en dat lange termijn effect onbekend is.”

Wat Bart verder opviel tijdens de conferentie is dat er ook verkenningen zijn met varianten van het zorgethisch lab: bijvoorbeeld simulatie van thuiszorg bij een thuiszorgmedewerker als simulant in diens eigen huis, of zorg simuleren gedurende een avond- en nachtdienst en het omkeren van rollen.

Lees hier de volledige rapportage.

Onderzoek onder coaches

Naast simulanten en studenten onderzoekt het zorgethisch lab ook de ervaringen van de coaches. Twee Verpleegkunde-studenten van Windesheim interviewen hen – en ook coaches van sTimul in België – dit semester over hun ervaringen en wat zij zien aan ontwikkeling bij studenten en simulanten. Hun bevindingen presenteren zij in januari 2018.

2017 09 18 PHOTO 00000002
Bart Cusveller presenteert de uitkomsten van de evaluaties van de inleefsessies.