Wearables gebruiken bij patiënten met de ziekte van Parkinson

Tijdens mijn onderzoek bij SallandElectronics naar accelerometers in de gezondheidszorg kom ik interessante ontwikkelingen tegen. Een voorbeeld is het mogelijke gebruik van wearables (kleine apparaatjes met sensoren zoals accelerometers) bij patiënten met de ziekte van Parkinson.

Een wearable als een smartwatch meet beweging en rapporteert de gegevens aan de gebruiker. Juist dat bewegen, en de problemen daarmee, is wat de ziekte van Parkinson kenmerkt. De patiënt kan last hebben van een tremor, trager bewegen (bradykinesie), instabiliteit, en van freezing of gait.

Parkinson is een progressieve aandoening: de symptomen verergeren na verloop van tijd. Dat leidt tot aanpassing van de behandeling (medicatie en fysiotherapie). De achteruitgang en de werking van de behandelingen evalueert de arts door middel van testen. Een gestandaardiseerde en internationaal gebruikte test is de Unified Parkinson’s disease rating scale (UPDRS). Deze test neemt alle symptomen in het functioneren van het bewegen mee.
De nadelen van dit soort testen zijn de subjectiviteit, het onvermogen om patiënten met een verhoogd valrisico vast te stellen, en het feit dat zo’n test maar een momentopname is.

Wearables als objectieve en continue oplossing

Het dragen van een wearable zou een objectieve en continue oplossing kunnen zijn. Als de patiënt zo’n sensor dagelijks draagt wordt de werkelijkheid beter weergeven dan via een test bij de arts. De variatie in symptomen binnen de ziekte van Parkinson is groot en de data die zo’n wearable verzamelt kan veel vertellen over de specifieke symptomen van de individuele patiënt.

Met een wearable is dus de ernst van de individuele symptomen en de achteruitgang te monitoren. Daardoor is de behandeling met medicatie en fysiotherapie nog beter op de individuele patiënt af te stemmen.
Een ander voordeel van wearables is de mogelijkheid om te bepalen of een persoon met Parkinson wel of geen verhoogd valrisico heeft. De beste plek om de sensor te plaatsen is de lage rug, zo toont onderzoek aan.
De sensor meet daar de verschillende karakteristieken van het looppatroon. Bij Parkinson-patiënten met een verhoogd valrisico is dat minder consistent en soepel (er is een grotere variatie in de bewegingen van de heupen) dan bij patiënten met een laag valrisico.

Zo zijn er dus meerdere manieren waarop wearables een positieve bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor Parkinson-patiënten. Ze zijn beter en in de echte wereld te monitoren en artsen kunnen deze gegevens inzien om op basis daarvan de behandeling aan te passen.
Maar de ziekte van Parkinson is natuurlijk niet de enige groep die baat kan hebben bij dit soort apparaatjes: de mogelijkheden zijn eindeloos. De wetenschap is al een heel eind op weg, maar voordat deze revolutionaire ontwikkelingen echt worden doorgevoerd is nog meer onderzoek nodig.

Heleen Tuininga is masterstudent Human Movement Sciences: Sport, Exercise and Health (Vrije Universiteit Amsterdam), kortweg Bewegingswetenschappen.